Eenvoudiger leven : 7 tips en meer op komst

Een blog met regelmaat aan de gang houden, het is een opgave. En meer dan één blog: is dat eigenlijk wel wijs? Misschien niet, maar soms heb je dingen te vertellen die op de ene web-plek beter lijken te passen dan op de andere. Anderzijds is integreren ook een optie. Zo heb ik op de blog van Villa VanZelf een reeks gestart over Eenvoudiger Leven, met telkens een korte tip die ongeveer om de week verschijnt. Intussen staat de teller op 7, en deel ik ze ook even hieronder:

Tip # 1: start een eenvoud-dagboek
Tip # 2: pak je hardnekkige rommeltjes aan
Tip # 3: unitasken, of één ding tegelijk
Tip # 4: vakantiestemming bewaren
Tip # 5: jezelf betere gewoonten aanleren
Tip # 6: op naar Plasticvrij Leven
Tip # 7: mini-schoonmaak, maxi-effect

 

Advertenties

Man en make-up? Why the hell not?

Sinds ik in de krant een interview met hem las, wil ik iets over hem schrijven. Een tamelijk hardnekkig wensje blijkbaar, want dat interview dateert intussen van een half jaar terug en nu ik van moorddrukte in zomerse luwte terecht ben gekomen denk ik plots weer: achterstallig, doen!

Bron: flair.be

Hij is Joppe De Campeneere, noemt zichzelf online ‘basically another one of those fashion bloggers’, out zichzelf in dezelfde zin als gay en vangt de aandacht van de media door het recht voor mannen op te eisen om make-up te dragen zonder daarop te worden afgerekend. Heb ik wat met fashion bloggers? Euh nee, totaal niet eigenlijk. Ben ik zelf een make-up fanaat? In de verste verte niet. Een vrouwelijke mannenrechtenactivist dan? Vooralsnog niet.  Toch raakte dat interview in De Morgen met een jonge man die startte met het stylen van anderen en toen ontdekte dat het ook leuk was om zichzelf te stylen iets bij mij. Als herkenbaar verhaal van iemand die voor zichzelf wil bepalen wie hij is en wil zijn en welk beeld hij van zichzelf wil geven, al wijkt dat af van standaarden en weet hij dat hij geheid op weerstand zal stuiten. Als pleidooi ook tegen het hokjesdenken: nee, hij is trans noch drag en wil er niet als een vrouw uitzien. Bega niet de vervelende fout zijn voorliefde voor make-up rechtstreeks aan zijn geaardheid te linken. Hij wil gewoon z’n ding doen en daar hoort nu eenmaal eyeliner en lipstick bij. En ja, de rare blikken of onbegrijpende opmerkingen zijn legio, maar ‘wanneer ik in de spiegel kijk, zie ik iemand die zichzelf niet verloochent.’

Bron: starttofashion.com

Wanneer ik Joppes blog ‘Start to Fashion’ lees – én bekijk, door de grote, artistieke foto’s is het ook een kijkfeest – valt me vooral ‘de mix’ op: het gaat over fashion en make-up, maar net zo goed gebruikt hij z’n platform om meningen mee te geven over genderrollen, gender-stereotypering, onverdraagzaamheid, relaties en vriendschap, beeldvorming over gay zijn. Hij heeft humor en zelfrelativering en ook een heerlijk theatraal kantje. De foto hiernaast van een Halloween fotoshoot zegt meer dan genoeg over dat laatste.

Nog even een bottom line? Gewoon: niet meer of minder dan dat de wereld een leukere plek is als mensen tamelijk compromisloos zichzelf durven te zijn en ook anderen dat recht gunnen, dat ik instant vrolijk word van het aanschouwen van andermans lichtjes afwijkende creativiteit en dat als er ook nog af en toe een mening aanhangt die mij even tot nadenken of ‘hé ja’ stemt het helemaal mooi is.

Merci, Joppe! Ik volg.

 

Waarom leest een mens in vredesnaam poëzie?

Voor het grootste deel van de mensheid is poëzie lezen en schrijven even ver van hun bed als forelvissen of aandelen verhandelen dat voor mij is. Toch ga ik over dat eerste maar weer een keertje schrijven, want daar heb ik iets mee en met die forellen en aandelen daarentegen helemaal niks.

Dat wil niet zeggen dat poëzie een soort walhalla voor me is, het gegarandeerde paradijsje om in thuis te komen wanneer bijvoorbeeld de boze wereld echt heel boos is. Verre van: poëzie is vaak een strijdtoneel, de perfecte liefde-haat-crush met alles erop en eraan. Ik lees redelijk wat poëzie en vaak zegt het me niks. Begrijp ik er geen loeder van, snap ik niet waar het goed voor mag wezen wat die dame of heer daar schrijft, ervaar ik het als holle praatjes voor de vaak. Daar vallen makkelijk redenen voor te bedenken. 1. De hoogst beleden belevingswereld van de ander blijft hermetisch voor me omdat ik er niks van mezelf in herken. 2. De dichter moet het in tegenstelling tot de romanschrijver die desnoods 500 pagina’s tekeer kan gaan met één of een paar schamele blaadjes doen waar nog niet eens volle lijnen opstaan, en bouw in zulk bestek maar eens wat op waar een ander wat aan heeft. 3. En dan die taal! Al zijn ze door bondigheid gebonden, dichters mogen ook veel: obscure metaforen gebruiken,  grammatica ombuigen, dubbelzinnigheid scheppen door meervoudige betekenis, (ontbreken van) structuur en interpunctie, … Kortom, potentieel balt het gedicht zich samen tot een duister kluwen dat – mij in elk geval – alleen maar op de zenuwen werkt.

Waarom poëzie dan toch die aantrekkingskracht heeft? Omdat gek genoeg alle redenen voor de hierboven beschreven afkeer in staat zijn zich binnenstebuiten te keren en dan net het recept vormen voor magie en hartverovering. Het persoonlijke van de ander kan ook met knetter en vonk bij me inslaan, drie meesterlijk geschreven lijntjes kunnen een wereld voor me openen, een beeld en wat uniek gecombineerde woorden kunnen maken dat ik op m’n lip bijt en m’n hart een tel vergeet of er eentje extra slaat.

Beeld: Val (Valérie Goutard)

Het overkwam me weer eens, vanmorgen, wat mistroostig lezend in ‘Wasdom’ van Hagar Peeters. Gedicht na gedicht de holle ergernis van ‘wat bazel je toch, mens!’, en dan plots trekt de hemel open bij de cyclus ‘Wederkerigheid’. Het is niet zo heel verwonderlijk, want gedicht na gedicht gaat het over gestuntel in hartszaken en laat ik op dat terrein nu net wat hebben meegemaakt. Een mens die – hoewel nog in leven – voor je doodgaat, het schrijnen van rouwen om een levende, of ben jijzelf het die wat zit te sterven, je kent het vast wel. Bij Hagar Peeters lees ik in ‘Het ongeluk’:

‘Zo moet ik verleden week zijn overleden.
Ik ben door iets onnoembaars overreden
toen ik onoplettend overstak van mij naar jou.

Inderdaad, ja. En dan, twee gedichten verderop:

‘dat er in de straat een opmars van aftochten plaatshad
alleen door lantaarnpalen gadegeslagen
dat er niets meer hetzelfde is
behalve dat steeds in het verborgene doodgaan’

Ken ik, dat in het verborgene doodgaan. Het verandert geen spat aan situaties, en toch doet het wat: troost – even -, verlicht door herkenbaarheid, geeft een nieuwe teug adem. Dan weet ik het weer wel, waarom ik poëzie lees, en schrijf.

 

 

De moedige angsthaas

Ik beken: ik ben zo’n angsthaas. En toch wil en zal ik dat podium op met muziek en tekst. Moedig ben ik dus ook wel (een beetje). Begrijpe wie kan. Waar ik dan bang voor ben? Eigenlijk het meest voor mijn eigen oordeel over mezelf. Over mijn eigen prestatie misschien te zullen moeten besluiten: gadver, dit was kak, dit kan ik veel beter, ik leer het nooit (en ik ben al zo oud). En dan telkens opnieuw om die hete brij heen cirkelen in

angsthaas

bron: lizlohren.nl

het hoofdje, duizend strategieën zoeken en bedenken om het goedje te bezweren: nog beter memoriseren, anders studeren, letten op ademhaling en houding, zal ik weer eens gaan hardlopen en helemaal stoppen met suiker eten, me verdiepen in verbindend communiceren met mezelf etc. Veel te veel gedachten. Langs honderd wegen kom ik erop uit, maar blijkbaar moet ik het die 100ste keer toch ook nog eens ervaren … stop met ‘copen’, er is maar één werkbare strategie: ja, je bent bang, wees dan bang en speel er toch op los. Punt. En ook: schrijf er iets over (zie hieronder).

Bij deze ben je nog een keer uitgenodigd voor ‘Alles begint met ja’: muziek (klassiek) en tekst en spel en … nu ja, kom gewoon kijken, op 12 of 14 juni om 20u in LUCA School of Arts. Ik geef hierbij alvast de – volkomen toepasselijke – proloog weg. (En wees gerust: de rest van de voorstelling is in het Nederlands).

 

Can you sneak around Fear?
Trying to get passed the circle of light in the dark forest  where it is sitting with Denial?
They are having their discussions around the fire.
Will they loosen their grip or will they sign up for another year?
It’s not for you to decide. At least, that’s what they think.
They are united in their light and might while you try to be the size of a mouse and get away.
Leaving them behind, never looking back.
But you are not a mouse: twigs creak under your human feet. They know you’re there, they know everything about you, they can feel you, smell your nerves, taste your sweat, even at this distance, where you try to hide between the trees.
‘You’re caught! Come back! Now! Who do you think you are?’. That was Fear calling out.
‘Nobody. If I thought I was somebody I wouldn’t sneak. I would step into the light and stamp out your fire and tell you you’re tresspassing. But here I am.’
‘What else do you have to say in your defense?’, Denial said.
‘Nothing really.’
‘What are you up to then?’. That was Fear again.
‘I don’t know. Just living, I guess.’
‘Tell us your opinion about mistakes.’ Denial was looking at me closely.
‘You know, I used to have a lot of opinions on that topic, but now I think it’s better not to have too many.‘
Fear and Denial looked in eachother’s eyes and nodded.
‘There’s no magic.’  Fear said.
‘There’s no real answers.’ said Denial. ‘But your words sound right enough to us.’
They got up, they stretched their legs that had gotten stiff from sitting too long.
They put out the fire.
We walked side by side, the three of us, to the edge of the forest, chatting quietly.
It was dark.
But we could see.

The wild experiment

Piano spelen kan ik alvast goed genoeg om in 3e bachelor te raken aan een conservatorium. Schrijven goed genoeg om een prijs te winnen in een bescheiden literaire wedstrijd. Tot daar mijn vermogen om op te scheppen over mezelf. De vraag is nu: kan ik ook piano spelen, én schrijven, én acteren in één project? Het zal moeten blijken in ‘the wild experiment’ waar ik intussen een klein jaartje mee aan de slag ben en dat over anderhalve maand de planken op moet, één keer zonder jury, één keer mét. Duim voor me! Of nog beter: kom kijken!

 

 

Prijsje (joepie)!

Mijn Maand Zonder Emoticons is al even om en ik wil het er zeker nog over hebben, maar dit is een Alice-konijn-periode. Je kent het wel, het drukke konijn in de Disney-bewerking van ‘Alice in Wonderland’ dat hijgend uitroept ‘Geen tijd, geen tijd, hoezeer het me ook spijt!’. Met een bachelorproef-muziektheatervoorstelling voor de boeg – waarover binnenkort meer -,  een bachelorscriptie die nu toch eindelijk-eindelijk-eindelijk de voltooiing nadert en nog wat ander examen-fraais (tel vooral de koppeltekens en gedachtenstreepjes in deze eerste lijnen) loopt mijn hoofd lichtjes om.

Tulkens-0Toch heb ik snel-snel met enige trots een nieuwtje te melden: afgelopen weekend heb ik de tweede prijs gewonnen in de categorie zonder leeftijdsbeperking van de tweejaarlijkse Julia Tulkens Poëziewedstrijd, georganiseerd door de gemeenten Tienen-Linter-Landen. Hoewel het krijgen van prijzen geen doel vormt van schrijven en het altijd gezond is het belang ervan te relativeren, is dit toch een joepie-momentje voor mij. Gewoon fijn om opgemerkt te worden in de hoop, een sprankje erkenning. Hieronder het prijsbeest-gedicht, en dan rennen we weer lekker verder.

 

Maritiem theater

1.

Zandvlakte, waterplaat, luchtstrook.
Een randje golfschuim tussen zand en water,
witte zeilboten als suikerfiguurtjes op een taart
en een groter schip op de horizonlijn.
Er zijn ook mensen –
pantomime met honden aan lijnen
en kinderen die steevast sneller, trager, schichtiger bewegen.
Het leven ingeblikt.
Al de rest kan wachten nu –
echtscheidingen, oplopende burenruzies, erfeniskwesties, dementerende grootouders.
Dit is het maritiem theater,
een strand vol figuranten met zee in de hoofdrol.

2.

Aan één stuk denkt ze.
Peinzend rolt ze het strand op,
bedaarde gedachte na gedachte.
Wandelaars ontdoet ze moeiteloos van mensendenken.
Alleen maar ogen en oren hoeven ze te zijn nu,
voor de meeuwen die een ballet op de waterlijn repeteren,
voor alle tinten wit van licht en lucht.
In het achterland trekt de watertoren het gekwetste hoofd tussen de schouders.
Misschien kunnen alle ontdane gedachten daar wel heen.
En dan is het tegen vieren en tijd voor taart en koffie,
de warmte van een huis.

Maand zonder emoticons

Er was Tournée Minérale en er is Dagen Zonder Vlees, voor respectievelijk een maand zonder alcohol en een maand veggie door het leven gaan. Lieve mensen, vermits de zonder-trend onomstotelijk in de lift zit, heb ik een voorstel waarvan de onversaagde sterke karakters onder ons die altijd in zijn voor maandjes zonder toch wel een beetje bleek om de neus zullen uitslaan. Ik lanceer bij deze: de Maand Zonder Emoticons en Emojis. Een maand lang geen gebruik maken van smileys, duimpjes, pusheens, lachende drollen, kloppende harten en wat er zoal nog in het emo-arsenaal zit.

Hoe ik daarbij kom? Gewoon een zinnetje dat ik in een interview met acteur/regisseur Frank Lammers las: ‘De mens is een taalloos wezen geworden dat met duimpjes duidelijk maakt wat hij bedoelt.’ Meestal, wanneer ik weer eens dit soort kritiek lees, ben ik geneigd om te denken: ‘Geeuw, niks nieuws wat je daar zegt, en zo belangrijk is het nu ook weer niet, toch?’. Deze keer was het anders. Een mengeling van schaamte en ongemakkelijkheid overviel mij. Ik dacht: ‘De man heeft gelijk, toen het zich nog beperkte tot wat knipogen en een uitgestoken tong was het ok, maar nu loopt het zwaar de spuigaten uit’. Nog even en er is een emoticon voor ‘het gevoel dat je overvalt wanneer je in je eentje bij een verlaten bushalte in de regen staat en niet weet of de laatste bus nog komt of je hem net hebt gemist’. Voor taalloosheid valt in mijn geval niet zo gauw te vrezen, denk ik, maar dat de oh zo handige pictogrammetjes impact hebben op mijn communicatie staat als een paal boven water.

Voorbeeldje? In e-mail, chat en sms maak ik haast geen grapjes meer zonder smiley of iets dergelijks erbij. Ik betrap mezelf erop dat ik ben gaan denken dat zonder emoticon het risico  bestaat dat de ander misschien niet doorheeft dat het als grapje bedoeld is. Misschien – oh ramp – wel beledigd gaat zijn zonder dat verzachtende knipoogje. Gesteld dat er wel meer mensen zo redeneren is het niet ondenkbaar dat we op termijn humor of andere emotionele expressie in taal niet meer herkennen als woorden niet worden ondersteund of vervangen door beelden.

Nog eentje? Ik ga ervan uit dat de ander misschien wel denkt dat ik een droogstoppel of een saai oud wijf ben als ik emoticonloos communiceer. En stel vast dat ik die reflex vooral heb in communicatie met mensen die een stuk jonger zijn dan ik.

Nog een derde? Het is oh zo gemakkelijk om gauw even een duimpje of hartje de wereld in te sturen. Soms is het gemeend, maar soms is het ook de vervanging van een lege beleefdheidsformule, het soort fake kirren wat mensen op feestjes doen: ‘oh echt?!’, ‘serieus?’, ‘ah, geweldig!’.

En geef toe, die emo-dinges kunnen ook wel eens doodergerlijk zijn.

Neem nu: blokjes. Ja, blokjes. Jouw foon is niet compatibel met die van een ander en in plaats van het juiste tekeningetje krijg je in een sms alleen maar een stel nietszeggende vierkante blokjes. Alsof iemand probeert om gekneveld het woord tot je te richten, of zoiets.

Verder: overload. De enthousiasteling die het niet kan laten om 7 duivels kijkende smoeltjes te posten terwijl je met één de boodschap ook wel begrepen hebt. Of per se én toeters én bellen én verjaardagstaarten en hartjes en ook nog één of andere idiote kwispelende hond met een strik bij elkaar samplet bij wijze van verjaardagswens. De infantilisering loert om de hoek, of beledig ik nu de -12-jarigen?

Redenen genoeg lijkt mij, voor een maandje zonder. Vanaf nu schrijf ik ‘echt kak, zoiets!’ in plaats van te klikken. Reageer ik verbaal in plaats van een snel duimpje naar iemands kop te gooien, maak ik grapjes zonder die expliciete knipoog. Al mijn communicatiepartners zijn bij deze gewaarschuwd, vat het niet verkeerd op, lieverds. Iemand zin om mee te doen? Be my guest! Wat zeg je? Dat de vergelijking die ik in het begin maakte niet opgaat? Dat je een mojito kan afslaan en aan een gehaktbal kan weerstaan, maar dat emoticons sowieso op je af komen in de communicatie die aan jou gericht is, ook al gebruik jij er zelf geen? Klopt ja, daar moeten we dus nog iets op vinden. Gewoon niet reageren? ‘Watte?’ of ‘pardon?’ zeggen? Meedelen dat jouw foon, tablet of wat dan ook plots geen picto’s meer herkent? Ach, laten we niet te gemeen zijn. Dwang is niet meer van deze tijd. Laten we om te beginnen gewoon de alledaagse helden zijn die het goeie voorbeeld geven. Ze gaat bij deze in, die maand. Start!